Uitspraak
1.[GEÏNTIMEERDE SUB 1]
KBL EUROPEAN PRIVATE BANKERS S.A.,
KBC GROEP N.V.,
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele hogerberoepszaak vordert appellant tegen geïntimeerden, waaronder KBL European Private Bankers en KBC Groep, dat het hof de incidentele vorderingen tot zekerheidstelling voor proceskosten afwijst. Geïntimeerden hadden gevorderd dat appellant zekerheid zou stellen wegens zijn vermeende ontbreken van woonplaats in Nederland.
Het hof beoordeelt of appellant woonplaats heeft in het Verenigd Koninkrijk, waarbij het toepasselijke Britse recht (Section 41 Civil Jurisdiction and Judgments Act 1982) wordt toegepast. Appellant overlegt diverse bewijsstukken, waaronder een residence permit, eigendomsakte van een woning op naam van zijn echtgenote, registratie in het kiesregister, council tax bills en een verklaring van een accountant die zijn langdurige verblijf en economische bindingen in het VK bevestigt.
Het hof concludeert dat appellant voldoende heeft aangetoond dat hij resident is in het Verenigd Koninkrijk en dat het wettelijk vermoeden van woonplaats aldaar niet is weerlegd. De incidentele vorderingen tot zekerheidstelling worden daarom afgewezen. De hoofdzaak wordt verwezen voor memorie van antwoord van geïntimeerden, met aangepaste termijnen. De kosten van de incidenten worden aan geïntimeerden opgelegd.
Uitkomst: De vorderingen tot zekerheidstelling van proceskosten worden afgewezen omdat appellant woonplaats heeft in het Verenigd Koninkrijk.