Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
In verband met 2 klachten van de klant Holland Gold en naar aanleiding
3.Beoordeling
en hij gaf aan dat dit niet het geval was. (…) [A] vertelde mij letterlijk” alleen [geïntimeerde] en ik hebben ons schuldig gemaakt aan het ontvreemden van de zendingen”. (…) Op 2 juni heb ik telefonisch contact met hem opgenomen en vroeg hem “wanneer en waar zullen we afspreken, ik wil graag de zendingen terug. Ik hoorde [geïntimeerde] op de achtergrond en hij zei “je vertelt hem niets”. Ik vroeg hem waarom hij opeens op zijn eerlijke houding tegen mij van de dag daarvoor terug kwam gaf hij geen antwoord en hebben we de verbinding verbroken.”
Ondergetekende, directeur van [X] Nederland B.V., was aanwezig tijdens het telefoongesprek van 2 juni jl. tussen manager Operations, [B] en [A] .
Tijdens zijn werkzaamheden op maandag 1 juni 2015 kreeg hij ([C] , hof),
te horen dat twee collega’s van hem, op non-actief werden gezet, de reden hiervoor werd niet gegeven. Nadat hij bemerkte dat een van deze twee personen [A] , ([A] , hof), betrof heeft hij hen opgebeld en gevraagd wat er aan de hand was. [A] vertelde hem dat hij een hele grote fout had gemaakt, namelijk diefstal.
Op de vraag van [C] ([C] , hof)
waarom hij dit heeft gedaan antwoordde [A] dat de verleiding te groot was.
Tevens heeft [C] gevraagd of [geïntimeerde], ( [geïntimeerde] , hof),
hier ook bij betrokken was antwoordde [A] , ja, één plus één is twee.”.