ECLI:NL:GHAMS:2016:1240
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- P. Greve
- A.P.M. van Rijn
- B.A.A. Postma
- Rechtspraak.nl
Schorsing van vervolging wegens gebrekkige geestvermogens verdachte in bijstandsfraudezaak
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk niet verstrekken van gegevens aan de gemeente Opmeer in strijd met artikel 17 van Pro de Wet werk en bijstand, met als doel zichzelf of een ander te bevoordelen bij het verkrijgen van een bijstandsuitkering.
Tijdens het hoger beroep constateerde het hof dat de verdachte een grote hoeveelheid onsamenhangende en onbegrijpelijke stukken had ingebracht, die grotendeels niet relevant waren voor de zaak. Zijn verklaringen waren eveneens onsamenhangend en onbegrijpelijk. Daarnaast had de verdachte conflicten met zijn raadsheren en wilde hij zijn verdediging zelf voeren.
Het hof liet een reclasseringsrapport opmaken, maar de reclassering kon geen adequaat contact met de verdachte krijgen. Op de zitting bleek dat de verdachte niet kon aangeven wat de strafprocedure inhield. Het hof oordeelde daarom dat de verdachte niet in staat is de strekking van de vervolging te begrijpen en schorst de vervolging in de huidige stand van zaken.
Uitkomst: De vervolging van de verdachte wordt geschorst wegens zijn onvermogen de strafprocedure te begrijpen.