ECLI:NL:GHAMS:2016:130
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beslissing gerechtsdeurwaarderskamer
Klaagster diende een klacht in tegen een toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder, welke door de plaatsvervangend-voorzitter van de gerechtsdeurwaarderskamer als kennelijk niet-ontvankelijk werd afgewezen. Klaagster tekende verzet aan tegen deze beschikking, maar dit verzet werd eveneens ongegrond verklaard door de kamer.
Klaagster stelde dat zij niet op de stellingen van de gerechtsdeurwaarder kon reageren omdat stukken niet aan haar waren toegezonden en dat de beslissing gebrekkig was gemotiveerd. Het hof oordeelde dat het verweerschrift wel was aangehecht en toegezonden, en dat de motivering voldoende was. Tevens overwoog het hof dat het rechtsmiddelenverbod van artikel 39 lid 4 Gdw Pro niet kon worden doorbroken omdat geen fundamenteel rechtsbeginsel was geschonden.
Daarom verklaarde het hof klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 11 augustus 2015. De mondelinge behandeling vond plaats zonder aanwezigheid van partijen, ondanks behoorlijke oproeping.
Uitkomst: Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de beslissing van de gerechtsdeurwaarderskamer.