ECLI:NL:GHAMS:2016:1301
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering vervoer passagier door intimiderend gedrag bij Transavia
Appellant werd de toegang tot een vlucht van Transavia naar Casablanca geweigerd nadat hij zijn handbagage niet wilde afgeven en tegen de supervisor een foto had genomen ondanks haar expliciete verbod. De supervisor had geweigerd haar naam te geven, waarna appellant een foto maakte, wat door het hof als persoonlijk intimiderend gedrag werd aangemerkt.
Transavia beriep zich op haar algemene vervoersvoorwaarden, waarin het recht is opgenomen om vervoer te weigeren bij gedrag dat de veiligheid van passagiers, bemanning en het vliegtuig in gevaar kan brengen. Het hof oordeelde dat het gedrag van appellant, als dreigend en grof jegens het grondpersoneel, terecht twijfels opriep over de veiligheid.
Appellant voerde aan dat hij niet weigerde zijn bagage af te geven en dat hij een redelijk belang had bij het verkrijgen van de naam van de supervisor, maar het hof verwierp deze grieven. Het ontbreken van een naam op de badge en het feit dat een klacht ook zonder naam kan worden ingediend, maakten het verzoek van appellant niet redelijk.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de proceskosten. De vordering tot inzage in rapporten van security en gezagvoerder werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van appellant af wegens intimiderend gedrag dat de veiligheid van de vlucht in gevaar bracht.