ECLI:NL:GHAMS:2016:1445

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 april 2016
Publicatiedatum
14 april 2016
Zaaknummer
200.158.224/01 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:350 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling vergoeding onderzoeker in enquêteprocedure tegen Ekopon B.V.

In deze zaak heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Ekopon B.V. De onderzoeker, mr. M. Drop, heeft zijn verslag en een specificatie van de verrichte werkzaamheden ingediend, met een vergoeding van €20.000 exclusief btw.

De Ondernemingskamer heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vergoeding. Zowel de verzoekster Green Equity Investments B.V. als de belanghebbenden, vertegenwoordigd door hun advocaten, hebben ingestemd met de voorgestelde vergoeding.

De vergoeding overschrijdt het vastgestelde budget niet en wordt niet als onredelijk beschouwd. De Ondernemingskamer bepaalt daarom de vergoeding conform artikel 2:350 lid 3 BW Pro en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vergoeding van de onderzoeker wordt vastgesteld op €20.000 exclusief btw.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer : 200.158.224/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 11 april 2016
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GREEN EQUITY INVESTMENTS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTER,
advocaat:
mr. G.C. Vergouwenen
mr. E. Baghery, kantoorhoudende te Eindhoven,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EKOPON B.V.,
gevestigd te Den Bosch,
VERWEERSTER,
niet verschenen,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
X-MARKT B.V.
gevestigd te Amsterdam,
2.
[A],
wonende te [....] ,
advocaat:
mr. S.C. Krekel,kantoorhoudende te Leiden,
3.
R.F.W. VAN SEUMEREN, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Ekopon B.V.,
advocaat:
mr. P.A. van der Schee, kantoorhoudende te Breda,
BELANGHEBBENDEN.

1.Het verloop van het geding

1.1
In het vervolg zal verweerster wederom Ekopon worden genoemd.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 2 en 3 april 2015 en 24 maart 2016 in deze zaak.
1.3
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Ekopon en mr. M. Drop (hierna: de onderzoeker) als onderzoeker benoemd.
1.4
Bij brief van 23 maart 2016 (ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 24 maart 2016) heeft de onderzoeker het verslag van het onderzoek met de daarbij behorende bijlagen doen toekomen. Bij die brief heeft de onderzoeker een specificatie van de ten behoeve van het onderzoek verrichte werkzaamheden gevoegd en bericht dat hij voor deze werkzaamheden in totaal een bedrag van € 20.000 (exclusief btw) in rekening heeft gebracht.
1.5
Bij de beschikking van 24 maart 2016 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het verslag van de onderzoeker met de bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden. Voorts heeft de Ondernemingskamer bij die beschikking partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vergoeding van de onderzoeker.
1.6
Zowel mr. Baghery als mr. Krekel hebben op 5 april 2016 de Ondernemingskamer bericht in te kunnen stemmen met vaststelling van de vergoeding van de onderzoeker op € 20.000.

2.De gronden van de beslissing

De in rekening gebrachte vergoeding overschrijdt het vastgestelde budget niet. Partijen stemmen in met de vergoeding en hebben geen bezwaren aangevoerd. De vergoeding komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal daarom de vergoeding van de onderzoeker - overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW Pro - bepalen als hierna te vermelden.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 20.000, de verschuldigde omzetbelasting daaronder niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en H. de Munnik en drs. M.A. Scheltema, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en door mr. M.M.M. Tillema in het openbaar uitgesproken op 11 april 2016.