ECLI:NL:GHAMS:2016:147
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vernietigde naheffingsaanslag parkeerbelasting
De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam legde op 31 juli 2013 een naheffingsaanslag parkeerbelasting van €60,90 op aan belanghebbende wegens het ontbreken van aangifte parkeerbelasting. Na bezwaar werd de aanslag gehandhaafd, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de naheffingsaanslag.
Belanghebbende stelde vervolgens hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam. Tijdens de zitting gaf de heffingsambtenaar aan dat de naheffingsaanslag vermoedelijk was vernietigd omdat het parkeren mogelijk onder laden en lossen viel, en dat de rechtbank het beroep gegrond had verklaard. Het geschil betrof de ontvankelijkheid van het hoger beroep en de motivering van de uitspraak van de rechtbank.
Het hof oordeelde dat nu de naheffingsaanslag door de rechtbank was vernietigd, belanghebbende geen belang meer had bij een beslissing van het hof. Dit bleef zo, ook al was het belanghebbende niet duidelijk waarom de naheffingsaanslag was vernietigd en vond hij de motivering van de rechtbank onvoldoende. Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek tot vergoeding van griffierecht af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een fiscaal belang.