ECLI:NL:GHAMS:2016:2025
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- B.A. van Brummelen
- C.J. Hummel
- D.B. Bijl
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag omzetbelasting wegens ontbreken facturen
Belanghebbende, die een onderneming drijft in tekeningen en schilderijen, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd voor het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 maart 2013. De naheffingsaanslag bedroeg € 2.592 met een boete van € 259, waarvan de boete later werd vernietigd. Belanghebbende voerde aan dat de administratie zoekgeraakt was door verhuizingen van haar dochter tussen verschillende ggz-instellingen, waardoor zij de facturen niet kon overleggen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde deze uitspraak. Het hof oordeelde dat de bewijslast rust op belanghebbende om het recht op aftrek van voorbelasting te staven met facturen, zoals vereist in artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de omzetbelasting 1968. Het verlies van de administratie door verhuizingen ontslaat haar niet van deze verplichting.
Verder stelde het hof dat het beroep op overmacht faalt omdat belanghebbende bewust de administratie op een plek liet bewaren waar geen controle was, en zij ervoor koos geen facturen bij leveranciers op te vragen. Het verzoek om kwijtschelding van de belasting viel buiten het oordeel van de belastingrechter. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting bevestigd.