ECLI:NL:GHAMS:2016:2237
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijspraak en niet-ontvankelijkheid in ontnemingsvordering
In deze zaak heeft het openbaar ministerie een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ingesteld tegen de veroordeelde, met een geschat bedrag van 29.250 euro. De rechtbank Noord-Holland sprak de veroordeelde vrij van het ten laste gelegde en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering.
Het openbaar ministerie ging hiertegen in hoger beroep. Het gerechtshof Amsterdam heeft bij arrest van 10 juni 2016 de vrijspraak van de veroordeelde bevestigd. Het hof heeft tevens besloten zich te verenigen met het vonnis waarvan beroep, waardoor de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de ontnemingsvordering eveneens wordt bevestigd.
Deze beslissing is genomen na onderzoek van de zaak op de terechtzitting in hoger beroep en kennisneming van de standpunten van de advocaat-generaal en de raadsvrouw van de veroordeelde. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de vrijspraak en verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering.