ECLI:NL:GHAMS:2016:2335
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken kennis ongewenstverklaring vreemdeling
De verdachte werd verdacht van het illegaal verblijf in Nederland terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De zaak kwam in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam na een vonnis van de politierechter.
Het hof heeft het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en het dossier bestudeerd, waaronder de beleidsbrief van het College van Procureurs-Generaal. De verdachte had verklaard niet te weten dat hij niet in Nederland mocht zijn. Hoewel hij op 21 mei 2012 ongewenst was verklaard, was niet wettig en overtuigend bewezen dat hij hiervan op de hoogte was, mede omdat de beschikking niet aan hem persoonlijk was uitgereikt.
De omstandigheid dat de verdachte in november 2011 was gehoord over het voornemen tot ongewenstverklaring en de publicatie in de Staatscourant waren onvoldoende om te concluderen dat hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij ongewenst was. Daarom vernietigde het hof het eerdere vonnis en sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist dat hij ongewenst vreemdeling was.