Uitspraak
mr. J.H. Lemstraen
mr. T. Salemink, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. M.H.C. Sinninghe Damstéen
mr. E.N. de Jong, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. T. de Waarden
mr. E.J. Cornelissen, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. C.C.A. van Rest,
mr. M.H.R.N.Y Cordeweneren
mr. D.T. Schuringa, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. R.G.J. de Haanen
mr. S.B. Garcia Nelen, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. M.W.E. Eversen
mr. S.E.M. Meijneke, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
5 [A] ,
6 [B] ,
7 [C] ,
8 [D] ,
9 [E] ,
10 [F] ,
11 [G] ,
12 [H] ,
mr. T.S. Jansen, kantoorhoudende te Amsterdam,
13 [I] ,
14 Frank Herbert SCHREVE,
mr. R.I. Loosen, kantoorhoudende te Amsterdam.
1.Het verloop van het geding
met name ten aanzien van de Russische activiteiten”, afgewezen.
2.De gronden van de beslissing
3.De beslissing
mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 21 juni 2016.