ECLI:NL:GHAMS:2016:2411
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens illegaal verblijf ondanks inreisverbod, geen strafoplegging wegens lopende terugkeerprocedure
De verdachte verbleef op 26 januari 2015 als vreemdeling illegaal in Nederland terwijl tegen hem een inreisverbod van drie jaar was uitgevaardigd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De politierechter veroordeelde hem tot een maand gevangenisstraf, maar de verdachte ging in hoger beroep.
De verdediging voerde aan dat het inreisverbod onrechtmatig was, verwijzend naar een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (zaak C-554/13, “Zh. en O.”). Het hof oordeelde echter dat dit arrest niet van toepassing was omdat het inreisverbod hier drie jaar bedroeg en niet tien jaar.
Het hof achtte het bewezen dat de verdachte wist van het inreisverbod en toch illegaal verbleef. De advocaat-generaal vorderde vrijspraak zonder strafoplegging. Het hof besloot geen straf op te leggen omdat de verdachte op dat moment in vreemdelingenbewaring zat en de terugkeerprocedure nog niet was afgerond, wat volgens de Terugkeerrichtlijn oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in de weg staat.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter, verklaarde het bewezen verklaarde strafbaar en strafbaar gesteld, maar legde op grond van artikel 9a Sr geen straf of maatregel op.
Uitkomst: Verdachte schuldig verklaard maar geen straf opgelegd wegens lopende terugkeerprocedure.