ECLI:NL:GHAMS:2016:2700

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 juli 2016
Publicatiedatum
7 juli 2016
Zaaknummer
13/684203-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 65 SvArt. 67a Sv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opheffing en schorsing voorlopige hechtenis verdachte

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam die het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte afwees. De verdachte verbleef reeds in voorlopige hechtenis voor andere feiten. De advocaat-generaal en de raadsvrouw van verdachte werden gehoord.

Het hof oordeelde dat het standpunt van de raadsvrouw, dat gevangenneming niet kan worden bevolen indien verdachte reeds in voorlopige hechtenis is voor andere feiten, berust op een onjuiste interpretatie van artikel 65 Sv Pro. Het hof achtte op basis van het dossier voldoende ernstige bezwaren aanwezig voor de feiten waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen.

Daarnaast is er geen concrete plan van aanpak en wordt op korte termijn het rapport van het Pieter Baan Centrum verwacht, waardoor schorsing van de voorlopige hechtenis niet aan de orde is. Het hof wees daarom zowel het beroep tegen de bestreden beslissing als het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.

Uitspraak

13/684203-15
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (Irak) op [geboortedatum] ,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Westzaan te Zaanstad,
tegen de beslissing van de rechtbank te Amsterdam van 3 juni 2016, voor zover houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Amsterdam van
7 juni 2016, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsvrouw van de verdachte, mr. C.B. Strenger.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - en de gronden waarop deze berust.
Het standpunt van de raadsvrouw dat de gevangenneming van de verdachte niet kan worden bevolen als de verdachte voor andere feiten zich reeds in voorlopige hechtenis bevindt, berust op een onjuiste lezing van het bepaalde in artikel 65, eerste en tweede lid, Sv.
Gelet op de inhoud van het dossier acht het hof voldoende ernstige bezwaren aanwezig voor de onder 1 en 4 op de vordering inbewaringstelling vermelde feiten.
Nu het hof voor beide feiten ernstige bezwaren aanwezig acht doet een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich thans niet voor.
Nu er geen concreet plan van aanpak is en op niet al te lange termijn het rapport van het Pieter Baan Centrum te verwachten is, is op dit moment schorsing van de voorlopige hechtenis niet aan de orde. Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis zal worden afgewezen.

13.684203-15

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 6 juli 2016 in raadkamer van dit hof door
mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,
mrs. J.L. Bruinsma en T. de Bont, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.M. Borg als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 6 juli 2016,
de advocaat-generaal