Uitspraak
mr. M.P.M. Fruytier, kantoorhoudende te Amsterdam,
[C],
mr. C.J. van Dijk, kantoorhoudende te Ede.
2.De gronden van de beslissing
3.De beslissing
mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2016.
Gerechtshof Amsterdam
De Ondernemingskamer heeft in een procedure tussen [A] en Best Green B.V. en belanghebbenden besloten dat sprake is geweest van wanbeleid bij Best Green. Na een onderzoek door mr. W.G. van Hassel werd een onderzoeksverslag opgesteld dat op 8 oktober 2015 werd gedeponeerd.
[A] verzocht de voorzitter van de Ondernemingskamer om machtiging om dit onderzoeksverslag te mogen gebruiken in een civiele procedure tegen [C] of [B] wegens bestuurdersaansprakelijkheid. [B] c.s. verzette zich tegen dit verzoek, stellende dat het verslag een eenzijdige weergave is en niet voldoet aan beginselen van behoorlijk onderzoek.
De voorzitter oordeelde dat het belang van [A] om het verslag te gebruiken in een aansprakelijkheidsprocedure zwaarwegend is en dat het vertrouwelijkheidsbeginsel van het verslag niet in de weg staat, mede omdat Best Green niet meer actief is en ontbonden is. Tevens is het bezwaar van [B] c.s. ondervangen doordat ook de beschikking waarin wanbeleid is vastgesteld zal worden overgelegd.
Daarom werd de machtiging verleend en is de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De beschikking is op 28 juni 2016 door voorzitter G.C. Makkink uitgesproken.
Uitkomst: Verzoekster wordt gemachtigd het onderzoeksverslag te gebruiken in een civiele aansprakelijkheidsprocedure tegen bestuurders van Best Green.