Uitspraak
CLIËNTENRAAD VAN DE STICHTING ZORGORGANISATIE NIKO, LOCATIE DE KOOIMEER,
mr. K.D. Meersma, kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. O.J. Rote, kantoorhoudende te Amsterdam,
mr. J.G.M. de Koning, kantoorhoudende te Amsterdam.
Het verloop van het geding
2 De feiten
“geen sprake[is]
van verkopen, verhuren of op enigerlei wijze vervreemden van de onroerende zaak door een zorginstelling, zoals in de Wet Toelating Zorginstellingen bedoeld, en waarvoor uw goedkeuring noodzakelijk is. Mocht u tot een ander oordeel komen dan vernemen wij dat graag en treden graag met u in overleg over de te volgen stappen.”
“(…) [A] licht toe dat we, vooruitlopend op de regelgeving dat in 2011 de kapitaalslasten niet meer worden vergoed, hierop alvast willen inspelen door de stichting te splitsen in een stichting huisvesting en een stichting zorg. (…) Dit lijkt ons het juiste moment om daarin te stappen, voordat er allerlei regelgeving voor komt. De Nieuwpoort heeft dit al eerder gedaan en heeft de nodige ervaring opgedaan.(…) [C] vraagt of het klopt dat de bestaande stichting beheer vastgoed neemt en de nieuwe stichting de zorg. Dit klopt. [D] maakt het juridische verhaal duidelijk. De aanleiding voor splitsing van vastgoed en zorg is de wijziging van de regelgeving WTZi, waar men op wil inspelen en de gevolgen voor de vergoeding voor de zorgactiviteiten en huisvestingslasten. Bij splitsing blijft een deel van het vermogen in de oude stichting, de Kooimeer mag dit zelf bepalen en een deel gaat over naar de nieuwe stichting. (…) Wel moet het voorstel één maand ter inzage liggen en hebben belanghebbenden gelegenheid om bezwaar te maken. Als er bezwaar is moet dit een legitiem belang zijn, er wordt dan verzet aangetekend bij de rechtbank. Als intern overleg geen uitkomst biedt, beslist de rechter wie in het gelijk wordt gesteld. In het geval van de Kooimeer zijn er geen benadeelde partijen te benoemen. Het zorgkantoor, het college[Ondernemingskamer: College sanering zorginstellingen]
en de bank zijn de grootste belanghebbenden. Het formele besluit moet exact hetzelfde zijn als het besluit dat ter inzage wordt gelegd (…). Het splitsingsvoorstel is besproken met de cliëntenraad (…) en de bisschop van Haarlem. De cliëntenraad heeft een rol bij de huidige stichting en verwacht diezelfde rol terug te zullen zien bij de stichting zorg. Dat is geen probleem. Zij vinden echter ook dat zij ook een rol moeten hebben bij de stichting huisvesting en willen weten wat die rol zou kunnen zijn. (…) [A] zal voor de komende cliëntenraad een schriftelijke reactie op hun vraag geven en hier een inhoudelijke toelichting op geven op de komende overlegvergadering met de cliëntenraad van 29 september a.s. (…) [E] geeft een toelichting op de financiële kant van de zaak. (…) Het vastgoed blijft waar het zit, de zorg wordt overgedragen naar de nieuwe stichting. De consolidatieplicht rust dan op beide stichtingen en dit wordt in eerste instantie zo gelaten. Het college bouw zegt dat de overwaarde toebehoort aan de zorg. Het gaat om de marktwaarde, de taxateur heeft de huur met factor 8 vermenigvuldigd, om de marktwaarde van het pand te bepalen. Die is hoger dan de huidige waarde. Op het moment dat van de splitsing komt zal een herbeoordeling komen van het onroerend goed en de overwaarde gaat mee naar de stichting Zorg. (…) De hoogte van de huur wordt bepaald door de kosten van de huisvesting en de gelden die nodig zijn voor de aflossing van de rente. (...)
“Navraag van uw kant bij het CIBG leert dat de huidige toelating op de stichting Huisvesting zal blijven rusten en dat de zorgstichting een nieuwe toelating zal verkrijgen. Dit houdt in dat de onroerende zaken dan blijven vallen onder een op grond van de WTZi toegelaten instelling (namelijk de Stichting Huisvesting De Kooimeer) en er geen onroerende zaken blijvend buiten gebruik gesteld zijn. Er kan dan geen geld uit hoofde van onroerende zaken weglekken uit de gezondheidszorg. De wet en de beleidsregels zijn er op gericht te voorkomen dat vermogen weglekt uit de gezondheidszorg dat is opgebouwd in de gezondheidszorg. De directeur van het College heeft (…) besloten de beschikking d.d. 16 oktober 2008 dat goedkeuring is vereist, in te trekken. (…) Evenmin is er reden voor het College (…) een waarde toe te kennen aan de onroerende zaken. Dit zal pas aan de orde zijn als de onroerende zaken die vallen onder de stichting Huisvesting De Kooimeer in welke vorm dan ook van eigendom veranderen. (…) Gegeven het bovenstaande zal het College (…) geen (nadere) taxatie van onroerende zaken verlangen uit hoofde van de voorgenomen fusie. (…)”
- het bevorderen van de bouw van een of meer zorgcentra voor ouderen in de gemeente Alkmaar;
- het exploiteren van een of meer zorgcentra voor ouderen in de gemeente Alkmaar;
- het samenwerken met andere organisaties die zich de huisvesting, verzorging en verpleging van ouderen ten doel stellen;
- het bieden van extramurale zorg.
holdingvormingmet het oog op de oprichting van een nieuwe stichting met de naam Stichting Niko. Bij het voorstel zit een voorstel voor de statuten (zie hierna onder 2.13) van de op te richten stichting. In het voorstel staat onder meer dat voor het besluit tot
holdingvormingeen verklaring van geen bezwaar dient te worden gevraagd bij Zorgkantoor Noord Holland Noord en dat advies dient te worden gevraagd aan de cliëntenraden.
De Huisvestingsstichtingenonder meer het volgende.
“In de huidige statuten hebben de huisvestingsstichtingen goedkeurende bevoegdheid bij zaken als statutenwijziging, fusie en ontbinding. (Terzijde merk ik op dat dat omgekeerd, voor zover mij bekend, niet het geval is). Ik kan mij voorstellen dat deze bepalingen bij de holdingvorming in 2012 niet onlogisch waren (de stichtingen huisvesting voelden zich “waker” in onzekere tijden). Normaal gesproken is echter deze constructie zeer ongebruikelijk. Het is mijn ambitie die regeling rond goedkeuring te normaliseren en te vervangen door ’verplichte afstemming vooraf’. (…) In hetzelfde licht zie ik de bepaling dat de huisvestingsstichtingen, naast de cliëntenraden, het recht van enquête hebben. Ook die bepaling lijkt mij inmiddels overbodig en kan wat mij betreft verdwijnen.”
met alle nadelige gevolgen van dienen dat beide stichtingen hun kleinschaligheid en zelfstandigheid wilden behouden en dat die kleinschaligheid een reden was voor [B] om te solliciteren naar de functie van bestuurder van de holding, aldus [A] . In reactie hierop heeft [B] aan [A] bij brief van 18 juli 2014 onder meer geschreven dat het niet redelijk is van haar te vragen een situatie te creëren waarin de kleinste vastgoedstichting de mogelijkheid krijgt essentiële ontwikkelingen van het hele concern te blokkeren en dat zij het verschil van mening als zeer ernstig en potentieel schadelijk voor de verdere ontwikkeling van de betrokken zorginstellingen beschouwt.
U heeft verzocht om een formele opzegging van onze huurovereenkomst. Wij hebben u vlak na uw aantreden als bestuurder van de Stichting Zorgcentrum van de Kooimeer in 2012 al geïnformeerd dat wij voornemens zijn om na afloop van onze huurovereenkomst in 2018 het gebouw te gaan slopen om hiervoor in de plaats zo veel mogelijk zorgwoningen te laten bouwen. Hiermee spelen we in op maatschappelijke ontwikkelingen die zo veel mogelijk de intramurale zorg wil vervangen door extramurale zorg. Door u zo vroeg mogelijk (ruim 6 jaar) over ons plan te informeren zou u alle gelegenheid hebben om uw eigen plannen hierop aan te passen. Eind 2015 weten of ons plan uitgevoerd kan en gaat worden. Dan hadden we de huurovereenkomst formeel opgezegd. U heeft echter aangegeven dat U geen plannen wil en kan ontwikkelen over hoe om te gaan met de sluiting van de Kooimeer als u geen formele huuropzegging in handen heeft. Zoals toegezegd zeggen wij daarom (…) onze huurovereenkomst (…) die afloopt op 31 december 2018 hierbij op. (…)”
- het doel van de stichting niet langer is het verkrijgen, vervreemden, exploiteren, huren en beheren van onroerende zaak ten behoeve van de zorg voor ouderen door Stichting De Kooimeer Zorgcentrum, maar ten behoeve van de zorg voor ouderen te Alkmaar (artikel 3.1)
- in geval van ontbinding en vereffening het batig saldo niet zal toevallen aan Stichting De Kooimeer Zorgcentrum, maar aan “de ouderenzorg in Alkmaar” (artikel 17.2).
“Helaas laat u mij in bovengenoemd schrijven weten dat u niet in wilt gaan op het voorstel voor een gesprek wat ik samen met uw voormalige voorzitster (…) hebt voorgesteld. U wilt wel een gesprek maar onder uw voorwaarden nl dat uw advocaat ook aan dit gesprek zal deelnemen en dat mijn Raad Van Toezicht hierbij niet welkom is. Ook zal niet de volledige cliëntenraad aanwezig zijn. Hiermee krijgt het gesprek een totaal ander karakter (juridisch) dan door ondergetekende en uw oud voorzitster (…) was voorgesteld. Reden voor ondergetekende om niet op uw voorstel in te gaan.”
3.De gronden van de beslissing
rove foutenstaan (in dat verband heeft Stichting Zorgorganisatie Niko verwezen naar een memo van BDO van 28 juli 2014).
weggelekt”, zoals de Cliëntenraad heeft gesteld. Het vastgoed is ten dienste gebleven aan de zorg en over de daarmee verbonden waarde kon en kan niet vrijelijk worden beschikt. Ook het standpunt dat het Stichting De Kooimeer, Rooms Katholiek Zorgcentrum voor Ouderen niet vrij stond om het collectief uit de AWBZ gefinancierde vermogen te verdelen in het kader van de splitsing is onjuist gelet op de overgelegde correspondentie met het College sanering zorginstellingen. Het verwijt van Stichting Zorgorganisatie Niko dat er
grove foutenzijn gemaakt bij de totstandkoming van de jaarrekeningen voorafgaand en na de splitsing vindt geen steun in het door Stichting Zorgorganisatie Niko aangehaalde memo van BDO. Daaruit blijkt weliswaar dat er enige fouten zijn gemaakt, maar die hebben geen materiële invloed gehad op de balans van Stichting De Kooimeer Zorgcentrum van 2009 en latere jaren. Tot slot stelt de Ondernemingskamer vast dat de beschuldiging dat [A] zich in de periode 2009 tot en met 2011 de belangen van Stichting De Kooimeer Zorgcentrum onvoldoende heeft aangetrokken of dat hij Stichting De Kooimeer Zorgcentrum in een nadeliger positie heeft gebracht, geen steun vindt in de overgelegde stukken. Ook het feit dat Stichting De Kooimeer Zorgcentrum zich in maart 2011 hoofdelijk als medeschuldenaar heeft verbonden (zie onder 2.10) voor schulden van Stichting De Kooimeer Rooms Katholiek Zorgcentrum voor Ouderen omdat Rabobank deze eis in het kader van de splitsing had gesteld, kan niet tot dit oordeel leiden.
waken” is voorts door [B] in haar brief van 2 april 2014 aan [A] erkend (hierboven onder 2.17). Uit dit alles leidt de Ondernemingskamer af dat er een grond was om de bewuste bepalingen op te nemen. De Ondernemingskamer wijst er in dat verband nog op dat in de statuten van Stichting Niko dezelfde statutaire goedkeuringsrechten stonden opgenomen voor Stichting Huisvesting Ouderen op Humanistische Grondslag als voor Stichting De Kooimeer Huisvesting. Moeilijk kan worden volgehouden dat [A] de goedkeuringsrechten heeft bewerkstelligd: ook de beide andere bestuurders ( [F] en [G] ) van Stichting Woon- en Zorgcentrum De Nieuwpoort en van Niko (hierboven onder 2.13) hebben hiermee ingestemd. De Ondernemingskamer gaat er dan ook vanuit dat de goedkeuringsbepalingen ten behoeve van de huisvestingsstichtingen in de statuten zijn opgenomen in samenspraak met de besturen van de betrokken stichtingen. Dat zelfde geldt voor de keuze om die goedkeuringsrechten niet vice versa aan Stichting Niko en Stichting De Kooimeer Zorgcentrum toe te kennen. Gelet op de achterliggende gedachte om te waken over de zorgstichtingen, lag dat op dat moment niet voor de hand. Niet is gebleken dat deze keuzes destijds op bezwaren zijn gestuit. Conform hetgeen Stichting Woon- en Zorgcentrum De Nieuwpoort en Stichting De Kooimeer Huisvesting en Stichting Niko bij de oprichting van Stichting Niko zijn overeengekomen, zijn (in ieder geval) de statuten van Stichting De Kooimeer Zorgcentrum gewijzigd en hebben de statutaire goedkeuringsrechten ook daar een plaats gekregen (zie hierboven onder 2.14).