ECLI:NL:GHAMS:2016:2946
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Belangenafweging huurrecht voormalig echtelijke woning na echtscheiding
Partijen, beiden Syrische nationaliteit, zijn in 2013 gehuwd in Turkije en hun huwelijk is in januari 2016 ontbonden. De rechtbank had het huurrecht van de voormalige echtelijke woning toegewezen aan de man, samen met de inboedel en de bijbehorende schuld. De vrouw ging hiertegen in hoger beroep en verzocht om het huurrecht aan haar toe te kennen en de werking van de beschikking te schorsen.
Het hof overwoog dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van Brussel II-bis en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De vrouw stelde dat de rechtbank ten onrechte het belang van de man boven het hare had gesteld, terwijl de man stelde dat hij vanwege ernstige psychische problemen en een beperkt sociaal netwerk recht heeft op de woning.
Uit het dossier bleek dat de man ernstige depressie en PTSS heeft met suïcidale gedachten, wat door het hof als voldoende aannemelijk werd beschouwd. De vrouw kon tijdelijk woonruimte huren, maar had nog geen vaste woonruimte gevonden. Na belangenafweging oordeelde het hof dat het belang van de man zwaarder weegt en bevestigde het de beschikking van de rechtbank. Het schorsingsverzoek van de vrouw werd afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen kosten.
Uitkomst: Het huurrecht van de voormalige echtelijke woning wordt toegekend aan de man vanwege zijn ernstige psychische problemen.