Belanghebbende, een V.O.F. die een manege exploiteert, kreeg naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd voor het tijdvak 2009, waaronder een naheffing voor de ingebruikname van een nieuw gebouwde rijhal (hal 1). De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep bevestigde het hof dat de naheffingsaanslagen terecht waren opgelegd, mede omdat de integratielevering van hal 1 correct was vastgesteld volgens artikel 3, derde lid, onderdeel b, van de Wet OB.
Het hof verwierp de stelling van belanghebbende dat de maatstaf van heffing te hoog was en dat 90% van de belasting aftrekbaar zou zijn, omdat deze niet was onderbouwd. Wel werd het beroep gegrond verklaard voor zover het de verzuimboete betrof, die het hof vanwege de financiële situatie van belanghebbende matigde van €3.407 naar €1.250.
De uitspraak vernietigt de eerdere beslissingen enkel voor wat betreft de boete en gelast de inspecteur het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. De naheffingsaanslagen zelf blijven gehandhaafd.