ECLI:NL:GHAMS:2016:3110
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens virtuele inverzekeringstelling
Verzoeker diende een verzoek in tot schadevergoeding van de Staat wegens een vermeende virtuele inverzekeringstelling, waarbij hij stelde langer dan zes uur op het politiebureau te hebben verbleven zonder formele inverzekeringstelling. De rechtbank Amsterdam verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk omdat de schade niet voortvloeide uit een vrijheidsbeneming zoals bedoeld in artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering.
In hoger beroep voerde de advocaat van verzoeker aan dat de zaak was geëindigd in een sepot en dat verzoeker daarom recht had op vergoeding alsof hij daadwerkelijk in verzekering was gesteld. Het hof nam kennis van de stukken en hoorde de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker, waarbij verzoeker zelf niet verscheen.
Het hof stelde vast dat er in de onderliggende strafzaak geen sprake was van een daadwerkelijke inverzekeringstelling, voorlopige hechtenis of andere vrijheidsbeneming zoals bedoeld in artikel 89 Sv Pro. Daarom was de rechtbank terecht tot niet-ontvankelijkheid gekomen. Het hof wees het beroep af en bevestigde daarmee de afwijzing van de schadevergoeding.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af omdat geen sprake was van vrijheidsbeneming zoals bedoeld in artikel 89 Sv.