ECLI:NL:GHAMS:2016:3124
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen berisping gerechtsdeurwaarder wegens vordering volledige hoofdsom
In deze civiele zaak gaat het om een klacht van klager tegen een gerechtsdeurwaarder die bij dagvaarding betaling van de volledige oorspronkelijke hoofdsom vorderde, terwijl er een regeling tot betaling van een lager bedrag was getroffen. Klager stelde dat de regeling nog van kracht was en dat de dagvaarding onjuist was omdat deze de regeling niet vermeldde, in strijd met artikel 21 Rv Pro.
De kamer voor gerechtsdeurwaarders had de klacht gegrond verklaard en de gerechtsdeurwaarder berispt. Het hof nam het hoger beroep in behandeling, waarbij klager geen verweerschrift indiende. Uit de stukken en de zitting bleek dat de regeling door klager niet was nagekomen en door de gerechtsdeurwaarder rechtsgeldig was ontbonden na een laatste aanmaning met betalingstermijn.
Het hof oordeelde dat de gerechtsdeurwaarder terecht de volledige hoofdsom vorderde en dat het niet vermelden van de ontbonden regeling in de dagvaarding niet tuchtrechtelijk laakbaar was, omdat er geen reden was om te vermoeden dat klager zich op die regeling zou beroepen. De eerdere beslissing werd vernietigd en de klacht ongegrond verklaard.
Uitkomst: De klacht tegen de gerechtsdeurwaarder wordt ongegrond verklaard en de berisping vernietigd.