ECLI:NL:GHAMS:2016:3145
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs poging zware mishandeling met honkbalknuppel
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 29 juli 2016 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter van 19 september 2014. De verdachte werd beschuldigd van poging zware mishandeling met een honkbalknuppel op een persoon. De rechtbank had de verdachte eerder veroordeeld, maar het hof vernietigde dit vonnis.
Tijdens het onderzoek in hoger beroep bleek dat de verklaringen van zowel de aangeefster als de verdachte op cruciale punten tegenstrijdig waren. Er was geen objectief en consistent bewijs, zoals getuigenverklaringen of een letselverklaring, dat kon vaststellen dat het letsel daadwerkelijk door de ten laste gelegde slagen met de honkbalknuppel was veroorzaakt. Ook kon niet worden uitgesloten dat het letsel was ontstaan tijdens een eerdere vechtpartij.
Gezien het ontbreken van voldoende bewijs sprak het hof de verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor poging zware mishandeling met honkbalknuppel.