Uitspraak
strafzaak)
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter van de rechtbank Noord-Holland. De verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met verboden uit de Opiumwet en voor diefstal van stroom met verbreking, gepleegd in de periode van juni tot juli 2013.
Het hof heeft de verklaringen van de verdachte en een getuige als ongeloofwaardig beoordeeld, mede gelet op de feitelijke omstandigheden in de hennepkwekerij. De stelling dat de gebruikte apparatuur tweedehands en bevuild zou zijn aangeschaft, werd niet aannemelijk geacht. Tevens zijn de kosten van bepaalde apparatuur reeds verdisconteerd in eerdere afschrijvingen.
De advocaat-generaal vorderde bevestiging van het vonnis, hetgeen het hof volgde. Wel corrigeerde het hof een kennelijke schrijffout in de kwalificatie van het onder 3 ten laste gelegde feit, waarbij diefstal met verbreking niet expliciet was vermeld. Het hof bevestigde het vonnis met deze aanpassing en sprak het arrest uit op 29 juli 2016.
Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis van de politierechter met correctie van de kwalificatie van het diefstalfeit.