ECLI:NL:GHAMS:2016:315
Gerechtshof Amsterdam
- Wraking
- A.N. van de Beek
- A.M. van Amsterdam
- D. Kingma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid
Op 27 oktober 2015 diende de verdediging een wrakingsverzoek in tegen drie raadsheren van het hof Den Haag, naar aanleiding van het afwijzen van meerdere getuigenverzoeken in een strafzaak. De verdediging stelde dat het hof onvoldoende dossierkennis had en vooringenomen was, omdat tijdens de regiezitting geen vragen werden gesteld over de getuigenverzoeken en slechts twee van de vijfentwintig getuigen werden toegewezen.
De wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam behandelde het verzoek. De raadsheren die het verzoek betrof, berustten niet in het wrakingsverzoek en gaven een schriftelijke reactie. Tijdens de zitting was de raadsman van de verzoeker aanwezig, terwijl de betrokken raadsheren met kennisgeving afwezig waren. De advocaat-generaal concludeerde tot ongegrondverklaring.
De wrakingskamer overwoog dat wraking niet bedoeld is als middel tegen onwelgevallige beslissingen en dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn. De kamer vond dat het niet stellen van vragen tijdens de regiezitting en het ontbreken van het dossier in de zittingszaal geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid opleveren. Ook de motiveringen voor het afwijzen van getuigenverzoeken voldeden aan de criteria uit de rechtspraak.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectieve feiten zijn die de vrees voor partijdigheid rechtvaardigen, noch de schijn daarvan aannemelijk maken. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen en het hof sprak dit uit op 3 februari 2016.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de drie raadsheren is afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.