ECLI:NL:GHAMS:2016:3412

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 augustus 2016
Publicatiedatum
24 augustus 2016
Zaaknummer
23-000615-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 172 GemeentewetArt. 177 GemeentewetArt. 2.9A Algemene Plaatselijke Verordening 2008Art. 63 SrArt. 184 Sr
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens overtreden bevel tot verwijdering uit dealeroverlastgebied Amsterdam

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het opzettelijk niet voldoen aan een door of namens de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel om zich uit het dealeroverlastgebied te verwijderen en zich daar gedurende drie maanden niet te bevinden. Dit bevel was hem bekend gemaakt op 2 oktober 2015, maar op 8 november 2015 bevond hij zich desalniettemin in het gebied.

Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de politierechter en verklaarde het bewezen dat de verdachte het bevel heeft overtreden. De strafbaarheid van het feit en van de verdachte werd bevestigd. De verdachte was eerder al meerdere malen onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Gezien de ernst van het feit, de recidive en het negeren van een bevel dat gericht is op het handhaven van de openbare orde, achtte het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. De opgelegde straf bedraagt twee weken, met aftrek van voorarrest, en de voorwaardelijke gevangenisstraf van één week uit een eerdere uitspraak wordt ten uitvoer gelegd.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken wegens overtreden van een bevel tot verwijdering uit het dealeroverlastgebied.

Uitspraak

Parketnummer: 23-000615-16
Datum uitspraak: 23 augustus 2016
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 februari 2016 in de strafzaak onder de parketnummers 13/225347-15 en 13/171338-15 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1971,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
9 augustus 2016.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op 8 november 2015 te 20:53 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 en Pro/of 177 van de Gemeentewet en/of 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, in elk geval krachtens wettelijk voorschrift, door of namens de burgemeester van Amsterdam (zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast) gegeven bevel, inhoudende -zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied (Amsterdam) 1.0, althans uit een door de burgemeester aangewezen gebied, te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverweging

Uit het, -ter terechtzitting in het dossier gevoegde- door verbalisant [verbalisant] op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van 2 oktober 2015 met nummer PL1300-2015219309-4 volgt dat de inhoud van het door of namens de burgemeester van Amsterdam gegeven bevel van 18 augustus 2015 in ieder geval op
2 oktober 2015 bij de verdachte bekend was. Hem is door de betreffende verbalisant op die dag uitgelegd dat het verbod geldig was tot en met 21 november 2015. Door zich desalniettemin op 8 november 2015 in het dealeroverlastgebied 1.0 op te houden, heeft de verdachte minstgenomen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij het gegeven verbod zou overtreden.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 8 november 2015 te 20:53 uur te Amsterdam opzettelijk niet heeft voldaan aan een krachtens artikel 172 van Pro de Gemeentewet en artikel 2.9A van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, door of namens de burgemeester van Amsterdam, zijnde een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, gegeven bevel, inhoudende -zakelijk weergegeven - om zich uit het dealeroverlastgebied 1.0 te verwijderen en zich daar gedurende 3 maanden niet meer te bevinden.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het aanwenden van een rechtsmiddel zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert op:
opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie weken, met aftrek van voorarrest.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
De raadsman heeft verzocht de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf, dan wel een taakstraf op te leggen. Voor het eerst sinds jaren heeft de verdachte contact met de reclassering en gaat het beter met hem. Door een taakstraf kan de verdachte leren wat werken is, aldus de raadsman.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. De verdachte heeft zich niet gehouden aan een hem gegeven bevel om zich niet te begeven in een door de burgemeester aangegeven gebied in de Amsterdamse binnenstad. Door een dergelijk bevel, dat is gegeven met het oog op de openbare orde, te negeren heeft de verdachte er blijk van gegeven zich niets gelegen te laten aan een door het bevoegde gezag genomen besluit.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 21 juli 2016 is hij al eerder diverse malen onherroepelijk voor een soortgelijk feit veroordeeld.
Alles afwegende is naar het oordeel van het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te volgen duur passend en geboden.
Gelet op de ernst van het feit en de omstandigheid dat sprake is van recidive kan niet, als bepleit door de raadsman, worden volstaan met een lichtere strafmodaliteit dan wel een (geheel of gedeeltelijk) voorwaardelijke (gevangenis)straf.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 63 en 184 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 oktober 2015 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van één week. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering.
De raadsman heeft verzocht de proeftijd te verlengen.
Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 oktober 2015, parketnummer 13/171338-15, te weten van:
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) week.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. F.M.D. Aardema en mr. G.M. Boekhoudt, in tegenwoordigheid van mr. C.J.J. Kwint, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
23 augustus 2016.
[.......]
.