ECLI:NL:GHAMS:2016:35

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 januari 2016
Publicatiedatum
12 januari 2016
Zaaknummer
23-003199-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Besluit elektronisch proces-verbaalArt. 153 Wetboek van StrafvorderingArt. 395a Wetboek van StrafvorderingArt. 2 OpiumwetArt. 3 Opiumwet
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onleesbaarheid proces-verbaal door elektronische handtekening

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter Amsterdam inzake een verdenking van het zich ophouden met het oog op de handel in drugs op de Oudezijds Achterburgwal te Amsterdam.

De tenlastelegging betrof het aannemelijk maken dat verdachte middelen als bedoeld in de Opiumwet wilde kopen of verkopen. Het hof onderzocht het proces-verbaal dat digitaal was ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening van de hoofdofficier van justitie.

Door deze digitale handtekening was een wezenlijk deel van het tekstgedeelte van het proces-verbaal onleesbaar geworden, waardoor niet kon worden vastgesteld wie uit een groep personen verdachte had aangesproken. Ook was bij onderzoek geen inbeslag te nemen goederen aangetroffen.

Het hof concludeerde dat het bewijs onvoldoende concreet en specifiek was om de tenlastelegging wettig en overtuigend te bewijzen. Daarom werd het vonnis vernietigd en verdachte vrijgesproken.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs door onleesbaarheid van het proces-verbaal.

Uitspraak

parketnummer: 23-003199-15
datum uitspraak: 12 januari 2016
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank te Amsterdam van 21 juli 2015 in de strafzaak onder parketnummer
13-032107-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,
adres: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 29 december 2015.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 16 maart 2014 te Amsterdam zich op en/of aan de weg, te weten de Oudezijds Achterburgwal heeft opgehouden, terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om middelen als bedoeld in art. 2 of Pro 3 van de Opiumwet althans daarop gelijkende waar, en/of slaapmiddelen en/of kalmeringsmiddelen en/of stimulerende middelen of daarop gelijkende waar te kopen en/of te koop aan te bieden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

Het hof overweegt als volgt. In het procesdossier bevindt zich een zogenoemd ‘gescand’ exemplaar van een proces-verbaal van de verbalisant [verbalisant] van 19 maart 2014. Deze ‘scan’ is aan te merken als een digitaal afschrift van een proces-verbaal, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit elektronisch proces-verbaal (Bepv). Ingevolge diezelfde bepaling wordt dat digitale afschrift aangemerkt als een (elektronisch) proces-verbaal als bedoeld in artikel 153, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv), indien het als waarmerk is voorzien van een gekwalificeerde elektronische handtekening van een daartoe door de verantwoordelijke aangewezen ambtenaar. De digitale stempel van de hoofdofficier van justitie te Den Haag, H. Korvinus, zoals opgenomen op de eerste pagina van het dossier, is als zodanig aan te merken.
Uit voornoemd proces-verbaal volgt verder dat een toerist aan de verbalisant, toen hem werd gevraagd wat er was gebeurd, het volgende verklaard
“The black guy said coke, coke, coke, coke, coke, coke, coke but I did not buy any”. Door bovenbedoelde digitale stempel is een (belangrijk) deel van de tekst van het proces-verbaal op de eerste pagina onleesbaar geworden, tengevolge waarvan niet duidelijk is wie de persoon is, uit een groepje van een drietal negroïde personen waartoe ook de verdachte behoorde, die diverse passerende toeristen aansprak. Daarenboven heeft de steller van de telastlegging ervoor gekozen het delict niet (ook) in deelnemingsvorm te verwijten.
Naar het oordeel van het hof blijkt uit voornoemd bewijsmiddel onvoldoende concreet en specifiek of de ondervraagde toerist door de verdachte is aangesproken, temeer nu bij onderzoek aan de kleding van de verdachte geen voor inbeslagname vatbare goederen zijn aangetroffen.
Mitsdien acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. J.D.L. Nuis en mr. Y.M.J.I. Baauw - de Bruijn, in tegenwoordigheid van
mr. M. Boelens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 januari 2016.
Mr. Y.M.J.I. Baauw - de Bruijn is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[....]