Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
- met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) van 15 januari 2016 (ECLI:NL:TGDKG:2016:4). Bij die beslissing heeft de kamer het verzet van geïntimeerde (hierna: klaagster) tegen de beschikking van 22 september 2015 van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer gegrond verklaard, de door klaagster tegen de gerechtsdeurwaarder ingediende klacht gegrond verklaard en de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping opgelegd.