Uitspraak
1.Verloop van het geding
2.Stukken van het geding
3.Feiten
4.Herzieningsverzoek
fair trial. Deze schending van dit beginsel behoort (mede) tot de context waarin onderhavig herzieningsverzoek dient te worden bezien.
Gerechtshof Amsterdam
Klagers dienden klachten in tegen een notaris over zijn handelen bij de ontvlechting van een samenwerking en de afwikkeling van vermogen. De tuchtkamer had de notaris ontzet uit het ambt wegens schendingen van zorg- en geheimhoudingsplichten. De notaris verzocht om herziening op grond van nieuwe feiten die in een civiele procedure aan het licht kwamen, waaronder dat klager deskundige bijstand had en de notaris te lichtvaardig had vertrouwd op het inzicht van klager.
Het hof overwoog dat deze nieuwe feiten, waaronder verklaringen van een kandidaat-notaris en een belastingdeskundige, relevant waren en tot een andere beoordeling hadden kunnen leiden. De notaris had deze feiten niet tijdig kunnen aanvoeren in de tuchtprocedure. Ook werd het beginsel van fair trial betrokken bij de beoordeling.
Het hof verklaarde het herzieningsverzoek gegrond, heropende de behandeling van het hoger beroep en gaf partijen gelegenheid tot nadere schriftelijke en eventueel mondelinge behandeling. De uitspraak van 12 mei 2015 werd daarmee niet definitief gehandhaafd. De zaak werd aangehouden voor verdere beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de tuchtbeslissing is gegrond verklaard en de behandeling van het hoger beroep is heropend.