Uitspraak
Het geding in hoger beroep
Gerechtshof Amsterdam
Appellante trad in 1999 mondeling in dienst bij Devagarden BV als bedrijfsleider. Vanaf 2001 werd de exploitatie van Yab Yum ondergebracht in stichtingen, waarvan appellante bestuurder werd en waaruit haar salaris werd betaald. Na weigering van vergunning in 2007 werd Yab Yum gesloten en de stichtingen geliquideerd.
Appellante vorderde loonbetalingen van Devagarden over 2008-2011, stellende dat zij in dienst bleef ondanks de constructie met stichtingen. Het hof oordeelde echter dat de arbeidsovereenkomst met Devagarden eindigde per 1 april 2001 en dat appellante sindsdien als bestuurder van de stichtingen werd betaald. Het feit dat zij werkzaamheden bleef verrichten voor Devagarden veranderde dit niet.
Ook het argument dat zij vanaf 2008 weer in dienst was, faalde omdat loonbetalingen door de stichting Roses Garden bleven plaatsvinden tot september 2008 en er geen overeenkomst was dat zij daarna weer bij Devagarden in dienst trad. De aangifte van verduistering door Devagarden tegen appellante impliceert niet dat zij in dienst was. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en wees de vorderingen af.
Uitkomst: Geen arbeidsovereenkomst vastgesteld na 1 april 2001; loonvorderingen afgewezen.