ECLI:NL:GHAMS:2016:3920
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- R.J.F. Thiessen
- S.F. Schütz
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verjaring van vordering in civiele zaak tussen LaSer Nederland en geïntimeerde
In deze civiele zaak tussen LaSer Nederland B.V. en geïntimeerde stond de vraag centraal of de vordering van LaSer was verjaard. Het hof verwees naar een eerder tussenarrest waarin was vastgesteld dat de hoofdvordering van LaSer voor de helft toewijsbaar was, maar dat het beroep op verjaring nog moest worden beoordeeld.
LaSer had zich beroepen op vier brieven uit 2009 om betaling te verkrijgen, maar het hof stelde vast dat tussen de laatste brief en de memorie van grieven in 2015 meer dan vijf jaar was verstreken, waardoor de verjaring niet was gestuit. Telefonisch overleg over betalingsregelingen werd onvoldoende onderbouwd om stuiting aan te nemen.
Het hof concludeerde dat het beroep op verjaring terecht was en dat dit de toewijzing van de vordering in de weg stond. Aangezien het tussenarrest had vastgesteld dat de vordering voor het overige geen grondslag had, werden de bestreden vonnissen bekrachtigd. LaSer werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep op verjaring slaagt, waardoor de vordering van LaSer wordt afgewezen en de eerdere vonnissen worden bekrachtigd.