Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.V.o.f. Biggym,
Big Holding B.V.,
[X] Beheer B.V.,
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil over de geldigheid van een concurrentiebeding in een tijdelijke arbeidsovereenkomst die na 1 januari 2015 stilzwijgend werd voortgezet. De werknemer trad in maart 2014 in dienst bij Biggym op basis van een contract voor bepaalde tijd met een concurrentiebeding. Na een tweede contract tot 1 maart 2015 werd de overeenkomst zonder overleg verlengd tot 1 maart 2017. De werknemer zegde op in september 2015 waarna Biggym stelde dat het concurrentiebeding van kracht bleef.
De werknemer vorderde schorsing van het concurrentiebeding wegens nietigheid omdat de arbeidsovereenkomst na 1 januari 2015 was voortgezet zonder de wettelijk vereiste motivering van het concurrentiebeding. De kantonrechter wees de schorsing toe wegens onbillijkheid. Biggym ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof oordeelde dat de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2015 was geëindigd en dat een nieuwe tijdelijke arbeidsovereenkomst tot stand was gekomen, waarop de gewijzigde wettelijke eisen van toepassing zijn. Omdat het concurrentiebeding in deze nieuwe overeenkomst niet was gemotiveerd, is het beding nietig. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Biggym in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het concurrentiebeding nietig is wegens het ontbreken van een motivering en veroordeelt Biggym in de proceskosten.