Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2. Feiten
Wie heeft de situatie ter plaatse opgenomen? (naam)
[Juridisch wegbeheerder]
Dagelijks van maandag t/m vrijdag2. Welke situatie werd ter plaatse aangetroffen?
x] anders nl.
Dicht gestraatte trens in asfalt
Ja/Nee
Er wasgeensleuf aanwezig de aldaar dichtgestraate trens lag daar vanaf 16/6/06 en is daarna 2 x hersteld
Ja/Nee * Wilt u uw standpunt toelichten?
Ja/Nee * Welke maatregelen zijn er getroffen, waarom en wanneer?
(…)
begrip “merkbaar”wordt hier bedoeld, het in het voertuig (als bestuurder)
horen en voelenvan de belasting van de wielophanging van het voertuig tijdens de passage van de trens. (…)
Resumé classificaties gevaar tijdens passage trens met motorfiets:
Ik was niet op de hoogte van het feit dat op de dag na het ongeval de desbetreffende trens is geasfalteerd door de firma Ballast Nedam. Deze firma voerde dergelijke klusjes voor ons uit wanneer het wat ons betreft kon (als de ondergrond in de trens voldoende is gehard) en wanneer het voor hen goed uitkomt. Dit werd 2 maal per jaar gegund via een offertetraject. Voor hen waren dat tussendoor klusjes die dienen ter
3.Beoordeling
grieven 2 en 3voert het UWV aan dat zij in het door haar te leveren bewijs is geslaagd, nu uit het rapport MVOA, bezien in onderling verband en samenhang met de getuigenverklaringen, blijkt dat ten tijde van het ongeval sprake moet zijn geweest van een haakse trens met een diepte van 5 centimeter en dat dit een voor motorrijders gevaarlijke situatie opleverde.
grief 1bestrijdt het UWV meer specifiek het oordeel van de rechtbank dat de bewijslast en daarmee het bewijsrisico van de stelling dat de feitelijke toestand van de trens op de Heining ten tijde van het ongeval een gevaar opleverde voor motorijders, op het UWV rusten en dat geen aanleiding bestaat daar in dit geval van af te wijken.
grieven 1, 2 en 3falen derhalve.
grief 4betoogt het UWV dat de aanwezigheid van de bermbeschermers op de Heining ook op zichzelf beschouwd, dus los van de trens, een gevaarlijke situatie voor motorrijders opleverde, nu steeds de aanzienlijke kans bestond dat een motorrijder bij een ongeval tegen de bermbeschermers aan zou vallen en daarbij ernstig letsel op zou lopen. Ter onderbouwing van haar stelling dat de bermbeschermers op de Heining een gevaarlijke situatie opleverden en dat de Gemeente daarvan op de hoogte had moeten zijn wijst het UWV op het CROW- handboek veilige inrichting van bermen en het CROW handboek gemotoriseerde tweewielers waarin aanbevelingen zijn opgenomen om bij de inrichting van de berm een obstakelvrije zone in acht te nemen en eventuele bermobstakels botsvriendelijk uit te voeren, hetgeen op de Heining niet het geval was, aldus het UWV.
grieven 1 t/m 4falen, niet is komen vast te staan dat de Gemeente jegens het UWV aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval. Het vonnis waarvan beroep zal reeds daarom worden bekrachtigd. De
grieven 5 en 6,die zien op causaal verband en de proceskostenveroordeling in eerste aanleg, behoeven dan geen verdere bespreking meer. Het UWV zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.