Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
zetelende te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
16 februari 2018.
Hoge Raad
Het geschil betreft een regresvordering van het UWV jegens de gemeente Amsterdam naar aanleiding van een ongeval waarbij een motorrijder ten val kwam op een klinkerstrook in het wegdek nabij betonnen bermbeschermers.
De lagere rechterlijke instanties, waaronder de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam, hebben de vordering van het UWV afgewezen. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van onrechtmatige daad van de gemeente en dat de gemeente geen omkering van de bewijslast of verzwaarde motiveringsplicht hoefde te ondergaan.
Het UWV stelde in cassatie dat de gemeente aansprakelijk moest worden gehouden vanwege het gevaar dat uitging van de betonnen bermbeschermers en de klinkerstrook. De Hoge Raad overweegt dat de klachten van het UWV niet tot cassatie kunnen leiden en dat er geen aanleiding is tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het gerechtshof. Tevens veroordeelt de Hoge Raad het UWV in de proceskosten van de cassatieprocedure.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van het UWV en bevestigt dat de gemeente niet aansprakelijk is voor het ongeval van de motorrijder.