Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Geschil in de procedure voor het Hof
3.Beoordeling van het geschil
Getaxeerde Marktwaarde € 1.245.000,-- k.k.” en “Totaal te voldoen € 4.477,--”;
Tarieven en voorwaarden
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende en een medeaandeelhouder kregen een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en een boete opgelegd over de verkrijging van economische eigendom van onroerende zaken. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank, waarin de naheffingsaanslag werd verminderd, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen de inspecteur. De inspecteur trok het incidenteel hoger beroep in en besloot de naheffingsaanslag te vernietigen, waarna belanghebbende het hoger beroep introk en vergoeding van kosten vorderde.
Het geschil betrof de hoogte van de vergoeding voor de kosten van beroepsmatige rechtsbijstand en het taxatierapport dat was opgesteld ter ondersteuning van het hoger beroep. Het hof stelde vast dat belanghebbende recht had op vergoeding van de kosten van rechtsbijstand, maar vanwege samenhang met de zaak van de medeaandeelhouder slechts de helft daarvan toekwam.
Ten aanzien van het taxatierapport stelde het hof vast dat het in rekening gebrachte bedrag aanzienlijk hoger was dan het op de website van de taxateur genoemde tarief, dat transparant en zonder voorbehoud werd gepresenteerd. Daarom werd slechts vergoeding toegekend tot het redelijke bedrag van 1,75 promille van de getaxeerde marktwaarde, met inachtneming van samenhang met de andere zaak.
Het hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van in totaal € 1.690,50 aan belanghebbende, inclusief de helft van de kosten voor rechtsbijstand en taxatierapport, en het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de zevende enkelvoudige belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 9 februari 2016.
Uitkomst: De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van € 1.690,50 aan belanghebbende voor kosten van rechtsbijstand en taxatierapport.