ECLI:NL:GHAMS:2016:4193
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen tekortkoming onderhoudsbedrijf bij hoge gasrekening door gaslek in cv-ketel
In deze zaak gaat het om een onderhoudsovereenkomst voor een cv-ketel waarbij de appellant hoge gasrekeningen claimde als gevolg van een gaslek. De appellant stelde dat het onderhoudsbedrijf het gaslek eerder had moeten ontdekken en daardoor schade had veroorzaakt.
De rechtbank had de vordering van het onderhoudsbedrijf tot betaling van achterstallige facturen toegewezen en de schadevordering van de appellant afgewezen wegens onvoldoende bewijs van tekortkoming. In hoger beroep werd betoogd dat het gaslek vanaf april 2012 tot september 2013 gas had kunnen laten weglekken, maar het hof oordeelde dat de appellant onvoldoende concreet had toegelicht waarom het onderhoudsbedrijf eerder had moeten ingrijpen.
Het hof stelde vast dat regulier onderhoud in januari 2012 geen gaslek had aangetoond en dat er geen meldingen van storingen waren geweest die tot eerder onderzoek hadden moeten leiden. Bovendien bleef het gasverbruik ook na reparatie hoog, wat de stelling van de appellant ondermijnde. Daarom faalden de grieven en werd het vonnis van de rechtbank bekrachtigd, met veroordeling van de appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de schadevordering van de appellant af wegens onvoldoende bewijs van tekortkoming.