ECLI:NL:GHAMS:2016:4313
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- S.F. Schütz
- R.J.F. Thiessen
- D. Kingma
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing vorderingen bij kennelijk onredelijk ontslag wegens arbeidsongeschiktheid
Appellant, sinds 2004 in dienst bij CGI Nederland B.V., meldde zich in 2010 ziek wegens psychische klachten. Diverse arbeidsdeskundige rapporten en medische adviezen bevestigden zijn beperkte belastbaarheid en de ongeschiktheid voor zijn eigen functie. CGI diende in december 2012 een ontslagaanvraag in wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, welke door het UWV werd verleend.
Appellant stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege een te hoge werkdruk, onvoldoende re-integratie-inspanningen door CGI en het ontbreken van een vergoeding terwijl collega’s onder gelijke omstandigheden wel een vergoeding ontvingen. Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende feiten had gesteld ter onderbouwing van een te hoge werkdruk en dat de re-integratie-inspanningen van CGI, hoewel niet perfect, voldoende waren gezien de aard van de ziekte en de bedrijfsomstandigheden.
Daarnaast kon appellant niet aantonen dat hij recht had op een vergoeding zoals collega’s kregen. Gezien de arbeidsongeschiktheid, de duur van het dienstverband en zijn leeftijd was het ontslag niet kennelijk onredelijk. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens onvoldoende onderbouwing van kennelijk onredelijk ontslag.