Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
de beoordeling van het geschil
dat de DNR en de UAV van toepassing zijn op de tussen Partijen gemaakte afspraken.” Arbiters hebben in dat geschil vervolgens overwogen: “
Na een eerder verschil van opvatting daarover zijn partijen het erover eens dat de DNR en de UAV op hun rechtsverhouding van toepassing zijn.” Ook appelarbiters (…) zijn daar bij de behandeling van het spoedbodemgeschil in hoger beroep van uitgegaan.
“(etc.) een parkeergarage moet ontwerpen en bouwen voor de vaste aanneemsom van € 6.500.000,-- en dat de DNR en UAV hierop van toepassing zijn”.
de (min of meer) normale situatie dat een bouwwerk later wordt opgeleverd dan voorzien” en op “
vertraging in de uitvoering”. Dat is hier volgens opdrachtgeefster echter niet aan de orde: er is – zo stelt zij – sprake van ontwerp- of uitvoeringsfouten en van beëindiging door aanneemster in onvoltooide staat. De vordering ter zake van de daaruit voortvloeiende schade kent daarom – aldus opdrachtgeefster – andere grondslagen dan “te late oplevering”.
grief Ifaalt.
grief II, die ertoe strekt te betogen dat Lirema in de procedure onder de gewone arbitrageregeling tijdig heeft aangevoerd dat in het spoedbodemgeschil al op het beroep van BAM op paragraaf 42 lid 2 UAV 1989 was beslist, geen behandeling meer behoeft, omdat bij bespreking van de eerste grief al ervan is uitgegaan dat Lirema dit tijdig heeft aangevoerd en die eerste grief hiervoor reeds is verworpen.
grief IIIeveneens faalt.
grief IVevenmin terecht is voorgesteld.
grief Vmoet worden verworpen.
grief VIevenmin slaagt.
grief VIIeveneens faalt.
grief VIII, die geen zelfstandige betekenis heeft, reeds afgedaan, zodat deze geen afzonderlijke behandeling meer behoeft.
grief IXfaalt derhalve.