Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 1990 gehuwd en in 2013 gescheiden. In het echtscheidingsconvenant is onder meer afgesproken dat de vrouw geen partneralimentatie zou ontvangen. De man kwam hiertegen in hoger beroep na een beschikking die hem verplichtte een uitkering tot levensonderhoud van €415 per maand te betalen.
Het hof onderzocht of partijen bewust of onbewust van de wettelijke maatstaven waren afgeweken. Gezien het ontbreken van bewijs dat partijen volledig waren geïnformeerd en de psychische toestand van de vrouw, concludeerde het hof dat sprake was van een onbewuste afwijking met grove miskenning van de wettelijke maatstaven.
Vervolgens herberekende het hof de behoefte van de vrouw en de draagkracht van de man, rekening houdend met actuele inkomens- en lastengegevens. Het hof stelde de partneralimentatie vast op €431 per maand, hoger dan de rechtbank had bepaald.
De man verzocht ook om beperking van de alimentatieverplichting in duur, maar dit werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing dat de vrouw haar arbeidsuren kon uitbreiden. De beschikking werd daarom bekrachtigd.
Uitkomst: De man is verplicht partneralimentatie van €431 per maand aan de vrouw te betalen.