ECLI:NL:GHAMS:2016:4483

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
11 november 2016
Publicatiedatum
15 november 2016
Zaaknummer
R001268-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 SvArt. 94a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking over beslag en teruggave van goederen in strafzaak medeplegen overval

Bij aanhouding van klager op 2 maart 2015 werden een halsketting en een geldbedrag van 29.300 roebels in beslag genomen. Klager werd veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor medeplegen van een overval waarbij sieraden ter waarde van circa €1.000.000,- werden buitgemaakt. Tevens werd het geldbedrag verbeurd verklaard en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd.

Klager verzocht via een klaagschrift ex artikel 552a Sv opheffing van het beslag op de halsketting en het geldbedrag. Het hof oordeelt dat het beslag op de halsketting ex artikel 94 Sv Pro kan worden opgeheven, omdat het belang van de strafvordering dit niet langer vereist. Het conservatoir beslag ex artikel 94a Sv op de halsketting en het geldbedrag blijft echter gehandhaafd vanwege de lopende strafprocedure en de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen.

Het verzoek tot teruggave van beide voorwerpen wordt afgewezen. Het hof verklaart het klaagschrift deels gegrond door het beslag op de halsketting ex artikel 94 Sv Pro op te heffen, maar wijst het klaagschrift voor het overige af. De beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 11 november 2016.

Uitkomst: Het beslag op de halsketting ex artikel 94 Sv wordt opgeheven, het conservatoir beslag op halsketting en geldbedrag blijft gehandhaafd.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Afdeling strafrecht
rekestnummer: 001268-16
parketnummer: 23-0000072-16
Beschikking van de meervoudige kamer op het op 20 juli 2016 ter griffie van dit hof ingekomen klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager]
geboren te [geboorteplaats] (destijds Sovjet-Unie) op [geboortedag] 1987
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat, mr. S.J. van Galen,
Schoolplein 2, 1441 GV te Purmerend.

Inhoud van het klaagschrift

Het klaagschrift richt zich tegen het uitblijven van teruggave van in onder klager inbeslaggenomen goederen, te weten een halsketting en een geldbedrag van 29.300 roebels. Bij het klaagschrift is verzocht het beslag onmiddellijk op te heffen.

Procesgang

Bij zijn aanhouding op 2 maart 2015 werden onder klager onder meer bovenvermelde goederen inbeslaggenomen.
Klager is bij vonnis van 24 december 2015 van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, veroordeeld en daarbij schuldig bevonden – kort en zakelijk weergegeven – aan het medeplegen van een overval met geweld op een juweliersbedrijf waarbij sieraden en/of horloges zijn buitgemaakt ter waarde van ongeveer € 1.000.000,00. Klager is ter zake veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met verbeurdverklaring van de onder klager in beslag genomen roebels. Ten aanzien van de inbeslaggenomen halsketting is bepaald dat deze dient te worden teruggegeven aan klager. Verder zijn een drietal vorderingen van benadeelde partijen ten laste van de verdachte toegewezen, waarbij schadevergoedingsmaatregelen zijn opgelegd.
Door klager is tegen voornoemd vonnis hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de relevante stukken in deze zaak en heeft ter gelegenheid van de behandeling in raadkamer van 14 oktober 2016 de advocaat-generaal en de advocaat van klager in raadkamer gehoord. De klager is, hoewel daartoe op de door de wet voorgeschreven wijze opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beklag nu er conservatoir beslag ex artikel 94a Sv op de halsketting en het geldbedrag ligt en er nog een strafprocedure loopt bij dit hof. Dat de rechtbank in haar niet onherroepelijke vonnis in ieder geval wat de halsketting betreft heeft gelast dat deze aan klager moet worden teruggegeven, doet daar niet aan af.
In het klaagschrift is aangevoerd dat voortduring van het beslag geen enkel strafvorderlijk doel dient, omdat er geen verband is vastgesteld tussen de jegens klager gerezen verdenking en de in beslag genomen goederen, en dat voorts de gronden genoemd in artikel 94a Sv niet aan de orde zijn. De raadsman van klager heeft er voorts op gewezen dat tegen het vonnis waarbij het geld verbeurd is verklaard appel is ingesteld.

Beoordeling

Het klaagschrift is tijdig namens klager ingediend.
Het hof acht voornoemd vonnis van 24 december 2015 niet op voorhand evident feitelijk of juridisch onjuist. Gelet hierop kan in hoger beroep bij een schuldigverklaring van klager een hernieuwde verbeurdverklaring van het geldbedrag redelijkerwijze worden verwacht.
Op dit geldbedrag – naar de huidige wisselkoers gerekend het equivalent van een bedrag van ongeveer € 416,00 – en op de halsketting is blijkens de mededeling in raadkamer van 14 oktober 2016 van de advocaat-generaal (al dan niet mede) conservatoir beslag gelegd. Gelet op de aan klager bij voornoemd vonnis opgelegde schadevergoedingsmaatregelen die gezamenlijk een bedrag van € 7.858,02 belopen, kan niet gezegd worden dat er geen gronden als genoemd in artikel 94a Sv, meer in het bijzonder het derde lid van dit artikel, aan de orde zijn.
Het hof stelt ten slotte vast dat niet aannemelijk is geworden dat het belang van strafvordering zoals dit is omschreven in artikel 94 Sv Pro het voortduren van beslag – voor zover dat uit hoofde van artikel 94 Sv Pro is gelegd – op de halsketting vordert. Dit beslag kan dan ook worden opgeheven. Dit laat echter onverlet dat op de halsketting nog het beslag ex artikel 94a Sv rust zoals hiervoor weergegeven.
Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat er geen gronden zijn het beslag ex artikel 94a Sv op de halsketting en het geldbedrag, of het beslag ex artikel 94 Sv Pro op het geldbedrag op te heffen. Wel kan het beslag ex artikel 94 Sv Pro op de halsketting worden opgeheven. Het verzoek tot het geven van een last tot teruggave moet ten aanzien van beide voorwerpen worden afgewezen.

Beslissing

Het hof:
Heft op het op grond van artikel 94 Sv Pro gelegde beslag op de onder klager in het kader van de strafzaak met parketnummer (in eerste aanleg) 15/810122-15 (in hoger beroep 23/000072-16) in beslag genomen halsketting.
Verklaart het beklag in zoverre gegrond.
Wijst het verzoek voor het overige af en verklaart het beklag voor het overige ongegrond.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan klager.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. J.L. Bruinsma, N.A. Schimmel en H.W.J. de Groot in tegenwoordigheid van mr. M.S. de Boer als griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 11 november 2016.