Uitspraak
Inhoud van het klaagschrift
Procesgang
Beoordeling
Beslissing
gelast de teruggaveaan klaagster van het in beslag genomen geldbedrag ter hoogte van
€ 45.000,00.
Gerechtshof Amsterdam
In de strafzaak Iridium zijn op 16 april 2012 onder verdachte geldbedragen van € 50.000 en € 45.000 in beslag genomen, behorend aan klaagster die deze met prostitutiewerk verdiende. De rechtbank Amsterdam gelastte bij vonnis van 18 april 2013 de teruggave van beide bedragen aan klaagster.
In hoger beroep bepaalde het hof op 31 maart 2016 dat het bedrag van € 50.000 verbeurd werd verklaard, maar dat het bedrag van € 45.000 aan klaagster moest worden teruggegeven. Klaagster diende een klaagschrift ex artikel 552a Sv in voor teruggave van het bedrag van € 45.000, waarbij zij ook stelde dat het totale bedrag van € 95.000 haar toebehoorde.
Het hof oordeelt dat het klaagschrift alleen ziet op het bedrag van € 45.000 en niet op het verbeurde bedrag van € 50.000. Na raadkamerhoorzitting en beoordeling van de stukken concludeert het hof dat buiten redelijke twijfel vaststaat dat klaagster eigenaar is van het bedrag van € 45.000. Het beklag wordt daarom gegrond verklaard en de teruggave van dit bedrag gelast.
De beschikking is uitgesproken door de meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 11 november 2016.
Uitkomst: Het hof gelast de teruggave van € 45.000 aan klaagster en verklaart het beklag gegrond.