ECLI:NL:GHAMS:2016:4548
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berisping gerechtsdeurwaarder wegens vertraagde herberekening beslagvrije voet
In deze civiele zaak klaagde appellant tegen een gerechtsdeurwaarder over drie punten: het niet onverwijld herberekenen van de beslagvrije voet, het onterecht aanspraak maken op vakantiegelden en het niet voldoen aan een verzoek tot terugbetaling.
De kamer verklaarde het eerste klachtonderdeel gegrond en legde een berisping op aan de gerechtsdeurwaarder. Het tweede klachtonderdeel werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de klachttermijn, terwijl het derde klachtonderdeel ongegrond werd bevonden.
Het hof bevestigde deze beslissingen. Het stelde vast dat de gerechtsdeurwaarder te lang deed over de aanpassing van de beslagvrije voet, maar dat er geen sprake was van kwade trouw bij de inhouding van vakantiegelden. Verder was de klacht over de vakantiegelden te laat ingediend en was terugbetaling niet mogelijk omdat de gelden te goeder trouw aan de opdrachtgever waren doorbetaald.
De maatregel van berisping werd passend geacht en niet verzwaard. Het hof oordeelde dat het handelen van de gerechtsdeurwaarder niet tuchtrechtelijk laakbaar was buiten het eerste klachtonderdeel.
Uitkomst: Het hof bevestigt de berisping wegens vertraagde herberekening van de beslagvrije voet en wijst de overige klachten af of verklaart ze niet-ontvankelijk.