ECLI:NL:GHAMS:2016:4670

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 oktober 2016
Publicatiedatum
18 november 2016
Zaaknummer
23-002922-14
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 23 SrArt. 24 Sr
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging fietsendiefstal met wijziging strafoplegging en geheel voorwaardelijke geldboete

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarin verdachte werd veroordeeld voor fietsendiefstal. De verdachte, zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, werd in eerste aanleg veroordeeld tot een geldboete van €300,- en een voorwaardelijke hechtenis.

De advocaat-generaal en de raadsman verzochten het hof om af te zien van strafoplegging vanwege het ontbreken van eerdere veroordelingen en het feit dat verdachte zich niet meer in Nederland bevindt. Het hof oordeelde echter dat het feit van fietsendiefstal ernstig genoeg is en dat strafdoelen zoals algemene preventie en normbevestiging in deze zaak zwaar wegen.

Gezien de geringe draagkracht van verdachte legde het hof een geheel voorwaardelijke geldboete op van €300,- met een proeftijd van twee jaar. De eerdere opgelegde straf werd vernietigd en het vonnis werd voor het overige bevestigd. Het hof schrapte tevens een voetnoot uit het mondeling vonnis.

Uitkomst: Het hof legt een geheel voorwaardelijke geldboete van €300,- op met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

parketnummer: 23-002922-14
datum uitspraak: 27 oktober 2016
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 21 juli 2014 in de strafzaak onder parketnummer 13-075475-14 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1983,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 oktober 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging - in zoverre zal het vonnis worden vernietigd - en met dien verstande dat het hof de voetnoot die op pagina 3 van de aantekening van het mondeling vonnis is opgenomen schrapt.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een geldboete van € 300,- subsidiair 6 dagen hechtenis, waarvan € 100,- subsidiair 2 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf of maatregel, omdat de verdachte niet eerder is veroordeeld, deze zich niet meer in Nederland bevindt en de executie van een straf in verband met dat laatste bewerkelijk zal worden. De raadsman heeft het hof verzocht tot dezelfde afdoening van de zaak te komen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich aan een fietsendiefstal schuldig gemaakt. Dit is een bijzonder hinderlijk feit, dat financiële schade en hinder voor de benadeelde veroorzaakt.
Anders dan de advocaat-generaal en de raadsman ziet het hof geen aanleiding om af te zien van het opleggen van een straf of maatregel. Bijzondere persoonlijke omstandigheden van de verdachte die daartoe nopen zijn gesteld noch gebleken, terwijl met een dergelijke afdoening strafdoelen als generale preventie en normbevestiging in deze zaak te zeer in het gedrang zouden komen.
In de weinig royale inkomenspositie van de verdachte wordt aanleiding gevonden om een geheel voorwaardelijke geldboete op te leggen.
Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke geldboete van na te melden hoogte passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
geldboetevan
€ 300,- (driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
6 (zes) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. J.J.I. de Jong en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van A.N. Biersteker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 oktober 2016.
[......]
.