Uitspraak
mr. R.W. de Pater, kantoorhoudende te Breda,
1.Het verloop van het geding
2.De gronden van de beslissing
gedaagde (…) desgevraagd niet bereid gebleken [is] zijn aandelen te verkopen en over te dragen aan eiser”. Gelet op het bepaalde in artikel 111 lid 3 Rv Pro. stelt de Ondernemingskamer [A] in de gelegenheid bij akte deze stelling te concretiseren en te vermelden of en zo ja welke bezwaren gedaagde tegen de verlangde overdracht heeft aangevoerd.