ECLI:NL:GHAMS:2016:5125
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.B.C.M. van der Reep
- C.G. Kleene-Eijk
- M.C. Schenkeveld
- Rechtspraak.nl
Geen vaststellingsovereenkomst en geen tussentijdse verrekening overgespaard inkomen
Partijen, gehuwd in 1995 onder huwelijkse voorwaarden, zijn in 2014 gescheiden. De huwelijkse voorwaarden bevatten een verrekenbeding voor jaarlijks overgespaard inkomen, exclusief inkomen uit vermogen. In 2008 stelde het accountantskantoor een brief op met een vermogensopstelling per 1995 en 2007, waaruit een vordering van de vrouw op de man van €59.064 bleek. Partijen tekenden deze brief voor akkoord, maar hebben daarna geen uitvoering gegeven aan de daarin opgenomen verrekening.
De rechtbank kwalificeerde de brief als een vaststellingsovereenkomst en oordeelde dat de vordering vaststond tot en met 2007. De vrouw kwam hiertegen in hoger beroep en stelde dat de brief geen vaststellingsovereenkomst was, omdat partijen geen regeling wilden treffen ter afwikkeling van hun vermogensrechtelijke verhouding en de accountant de brief als een administratieve opstelling had bestempeld.
Het hof volgde de vrouw en oordeelde dat de brief niet bedoeld was om onzekerheid over de verrekening weg te nemen of te voorkomen. Omdat partijen geen uitvoering aan de brief hadden gegeven en de man niet had betaald, kon de brief niet als vaststellingsovereenkomst worden aangemerkt. Het hof vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling omdat de brief van de accountant geen vaststellingsovereenkomst is.