Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.mr. Rutger Jan SCHIMMELPENNINCK,
mr. Bernardus Franciscus Maria KNÜPPE,
DSB Bank N.V.,
1.[geïntimeerde sub 1] ,
[geïntimeerde sub 2],
Gerechtshof Amsterdam
De curatoren van het faillissement van DSB Bank zijn in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin de borgtochtovereenkomsten tussen [geïntimeerden sub 1 en 2] en DSB Bank werden vernietigd wegens dwaling. Het geschil betreft de borgstelling voor een krediet dat DSB aan Jamati Onroerend Goed B.V. had verstrekt ter financiering van een kantoorpand.
De rechtbank had geoordeeld dat DSB een mededelingsplicht had geschonden ten aanzien van de borgstellers, omdat zij onvoldoende waren geïnformeerd over de executiewaarde van het registergoed. Het hof stelt vast dat de borgstellers het pand niet voor doorverkoop maar voor belegging en verhuur hadden aangekocht, en dat de gebreken aan het pand en leegstand de betalingsproblemen veroorzaakten, niet de financiële crisis of vastgoedmarktontwikkelingen.
Het hof oordeelt dat DSB geen mededelingsplicht heeft geschonden jegens de borgstellers, die een zakelijk motief hadden en daarom zelf de risico's hadden moeten inschatten. Het beroep op dwaling faalt en het vonnis wordt vernietigd voor zover het borgtocht betreft. De curatoren worden alsnog in het gelijk gesteld en de borgstellers worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 360.000,- plus rente en proceskosten.
Ten aanzien van Jamati wordt het vonnis eveneens vernietigd en wordt de vordering van de curatoren tot betaling van een bedrag van € 2.270.832,56 plus rente toegewezen. Jamati wordt veroordeeld in de proceskosten en de veroordelingen worden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor de borgtocht en veroordeelt de borgstellers tot betaling van € 360.000,- plus rente en Jamati tot betaling van € 2.270.832,56 plus rente, met proceskostenveroordelingen.