Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
- i) De man en de vrouw hebben voorafgaand aan hun huwelijk in 1983 huwelijkse voorwaarden doen opstellen waarin zij iedere gemeenschap van goederen hebben uitgesloten.
- ii) In de huwelijkse voorwaarden is onder meer bepaald dat pensioenen slechts toekomen aan de echtgenoot aan wie ze zijn toegekend zonder dat deze echtgenoot tot enige verrekening jegens de andere echtgenoot is gehouden.
- iii) Het huwelijk is in oktober 2000 door echtscheiding ontbonden. Hieraan voorafgaand hebben de vrouw en de man onder leiding van een advocaat en mediator overlegd over de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden. Op 28 april 2000 hebben zij een stuk ondertekend. Daarin staat dat zij in essentie overeenstemming hebben bereikt over de regeling van de gevolgen van de ontbinding van het huwelijk, zoals neergelegd in een aan dat stuk gehechte gespreksnotitie (dit stuk met de gespreksnotitie zal hierna worden aangeduid als: de overeenkomst).
- iv) In de overeenkomst staat onder 1.6:
Het heeft het vonnis vernietigd, de zaak aan zich gehouden en onder meer voor recht verklaard dat het ouderdomspensioen dat door de man tijdens het huwelijk in eigen beheer is opgebouwd tussen de vrouw en de man dient te worden verevend conform de Wvps. Het hof heeft de man en [verweerster] veroordeeld tot nakoming van de winstdelingsregeling in de overeenkomst voor de jaren 2008 en volgende.
4.Beslissing
10 juni 2016.