Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Stukken van het geding
3.Feiten
”
Gerechtshof Amsterdam
Klagers hebben een klacht ingediend tegen een notaris vanwege het opnemen van een stemverhouding in een ondersplitsingsakte waarvan zij het niet eens waren, het ontbreken van een toereikende volmacht, en het afleggen van onware getuigenverklaringen. De kamer verklaarde de klacht deels gegrond en legde ontzetting uit het ambt op. De notaris ging in hoger beroep.
Het hof bevestigt dat de notaris wist of had moeten weten dat klagers niet instemden met de stemverhouding 1:1:1 in de ondersplitsingsakte en dat hij niet beschikte over een schriftelijke of mondelinge volmacht. De notaris heeft onwaarheid gesproken in zijn getuigenverklaring aan de kantonrechter over telefonisch contact voorafgaand aan het passeren van de akte. Dit schaadt het vertrouwen in het notariaat.
De tekst van de ondersplitsingsakte week af van het toegezonden concept, wat eveneens gegrond werd bevonden. Gelet op de ernst van de verwijten maar rekening houdend met het ontbreken van eerdere tuchtmaatregelen en de mogelijkheid van pseudoherinneringen, legt het hof een schorsing van maximaal zes maanden op in plaats van ontzetting.
De beslissing van de kamer wordt vernietigd en de klacht in alle onderdelen gegrond verklaard. De maatregel van schorsing wordt opgelegd als laatste kans voor de notaris.
Uitkomst: De notaris wordt geschorst in de uitoefening van zijn ambt voor zes maanden wegens onjuiste volmacht en stemverhouding in de ondersplitsingsakte.