Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
- € 487.500,- aan [geïntimeerde sub 2] ;
- € 314.122,- aan [geïntimeerde sub 3] ;
- € 42.500,- aan [X] ;
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak staat de afwikkeling van de vennootschap onder firma (vof) Hotel Di-Ann centraal, waarbij de vennoten [X] c.s. en [A] c.s. betrokken zijn. Na ontbinding van de vof in 2003 ontstond een geschil over de financiële afwikkeling en de juistheid van de boekhouding, met name over de periode 1997-2003. Een onafhankelijke deskundige, drs. E. Koning, werd benoemd om de boekhouding te controleren en een rapport op te stellen.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de afrekening moest plaatsvinden op basis van de door de deskundige vastgestelde conceptjaarrekening 2003. Appellant stelde hiertegen meerdere grieven in hoger beroep, onder meer vanwege het ontbreken van originele administratie en twijfels over de betrouwbaarheid van de verbouwingskosten.
Het hof oordeelt dat het ontbreken van originele stukken niet leidt tot een lagere vergoeding voor [X] c.s., omdat niet is vastgesteld dat stukken op onrechtmatige wijze zijn achtergehouden. Het deskundigenrapport is helder, consistent en vormt een deugdelijk uitgangspunt. De extra controles van de deskundige bevestigen de juistheid van de omzet- en kostenverantwoording.
De bezwaren van appellant tegen de inhoud van het rapport en de conceptjaarrekening slagen niet. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep. Het geschil wordt daarmee definitief beslecht op basis van de conceptjaarrekening 2003 en het deskundigenrapport.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de grieven van appellant af.