ECLI:NL:GHAMS:2016:5235
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen dekking cascoverzekering wegens onvoldoende bewijs van verduistering auto
De zaak betreft een geschil tussen appellant en Generali over de dekking van een cascoverzekering voor een auto die appellant stelt dat door een derde, [A], is verduisterd. Appellant vordert uitkering op grond van de verzekeringsovereenkomst, maar Generali weigert deze omdat onvoldoende is aangetoond dat sprake is van verduistering.
De feiten betreffen een koop van een beschadigde auto en de daarop volgende reparatie en opslag door [A]. Er ontstond onenigheid over de rechtsbetrekking tussen appellant en [A], met name over de bevoegdheid van [A] om de auto te verkopen en het kenteken over te schrijven. Appellant stelde dat [A] de auto zonder zijn toestemming op naam van diens dochter heeft gezet en verkocht, hetgeen verduistering zou zijn.
Het hof oordeelt dat appellant onvoldoende duidelijkheid heeft gegeven over de afspraken met [A] en onvoldoende bewijs heeft geleverd dat [A] de auto wederrechtelijk heeft toegeëigend. De feiten wijzen eerder op een situatie waarin [A] gerechtigd was om over de auto te beschikken. Ook de overschrijving van het kenteken en eerdere transacties ondersteunen dit. Daarom is geen sprake van een verzekerd evenement onder de polisvoorwaarden.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van verduistering.