ECLI:NL:GHAMS:2016:5281

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 november 2016
Publicatiedatum
12 december 2016
Zaaknummer
23-001269-16
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging veroordeling voor invoer van ruim 1,7 kilo cocaïne op Schiphol

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin verdachte werd veroordeeld voor het invoeren van ruim 1,7 kilo cocaïne via Schiphol. De zaak werd onderzocht tijdens de terechtzitting op 2 november 2016 en het hof nam kennis van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging.

De verdediging stelde dat verdachte geen opzet had op het binnenbrengen van de cocaïne en dat hij mogelijk onwetend werd gebruikt door derden. Ook werd aangevoerd dat de cocaïne niet binnen het Nederlandse grondgebied was gebracht omdat het de douane niet was gepasseerd.

Het hof verwierp deze verweren. Het stelde dat een passagier bekend is met de inhoud van zijn bagage, tenzij bijzondere omstandigheden aannemelijk zijn gemaakt, wat hier niet het geval was. Het alternatieve scenario van onwetendheid werd als onaannemelijk beoordeeld, mede vanwege de grote hoeveelheid cocaïne en het risico dat derden niet zouden nemen. Tevens oordeelde het hof dat de koffer met de cocaïne via het luchtruim en over Nederlands grondgebied was gebracht.

Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde verdachte overeenkomstig de eerdere uitspraak.

Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte voor invoer van ruim 1,7 kilo cocaïne via Schiphol.

Uitspraak

parketnummer: 23-001269-16
datum uitspraak: 16 november 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 25 maart 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15/821102-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1959,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 november 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de onder 3.4. vermelde bewijsoverweging vervangt door onderstaande bewijsoverweging.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de verdachte van het ten laste gelegde moet worden vrijgesproken aangezien hij geen opzet had, ook niet in voorwaardelijke zin, op het in Nederland brengen van de in zijn koffer aangetroffen cocaïne. Hij heeft hiertoe het volgende aangevoerd. De verdachte heeft de pakketten Pom Tayer, waarin de cocaïne is aangetroffen, op de luchthaven Zanderij gekocht. Die pakketten waren op correcte wijze afgesloten, zodat de verdachte zich geen zorgen hoefde te maken over de verpakking. Het is goed mogelijk dat de verdachte door anderen is gebruikt om de cocaïne naar Nederland te smokkelen, zonder dat hij dat wist of kon vermoeden.
De raadsman heeft subsidiair betoogd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de voltooide invoer van cocaïne, aangezien de cocaïne niet de douane is gepasseerd en derhalve niet binnen het grondgebied van Nederland is gebracht.
Het hof verwerpt de verweren en overweegt hieromtrent als volgt.
Het hof neemt als uitgangspunt dat een vliegtuigpassagier met de inhoud van zijn bagage bekend is, behoudens bijzondere omstandigheden. Dergelijke bijzondere omstandigheden zijn in de onderhavige zaak niet aannemelijk geworden. Het door de raadsman geschetste alternatieve scenario dat de verdachte door anderen is gebruikt om, buiten zijn weten, de cocaïne in zijn bagage naar Nederland te brengen, acht het hof onaannemelijk, nu daarvoor in het dossier geen enkel aanknopingspunt te vinden is. Het hof neemt daarbij tevens in ogenschouw dat de in de koffer van de verdachte aangetroffen hoeveelheid cocaïne aanzienlijk is, te weten ruim 1,7 kilo en het niet goed voorstelbaar is dat derden het risico zouden nemen een onwetende en willekeurige koerier een dergelijke hoeveelheid, die een aanzienlijke waarde vertegenwoordigt, te laten vervoeren, nu die werkwijze het risico zou meebrengen dat de cocaïne door toedoen van die persoon niet op de plaats van bestemming zou terechtkomen.
De stelling van de raadsman dat de cocaïne niet binnen het grondgebied van Nederland is gebracht, mist feitelijke grondslag. De koffer van de verdachte, met daarin de cocaïne, is immers via het luchtruim in Nederland gebracht en, na landing van het vliegtuig op Schiphol, over Nederlands grondgebied vervoerd naar de plaats waar de ruimbagage van dat vliegtuig werd afgehandeld.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. R.A.F. Gerding en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. C.J.J. Kwint, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 november 2016.
=========================================================================
[.]