ECLI:NL:GHAMS:2016:5307

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 december 2016
Publicatiedatum
14 december 2016
Zaaknummer
23-000890-16
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte mishandeling door openen deur zonder opzet tot letsel

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam inzake mishandeling van de zus van verdachte. De tenlastelegging betrof het met kracht openen van een deur waardoor het slachtoffer pijn en letsel opliep, en het vasthouden of knijpen in de nek en duwen of trekken aan het lichaam.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting en de bestudering van het dossier concludeerde het hof dat weliswaar vaststaat dat verdachte de deur met kracht opende en het slachtoffer hierdoor letsel opliep, maar dat niet bewezen kon worden dat verdachte opzettelijk (ook in voorwaardelijke zin) pijn of letsel wilde toebrengen. Er was onvoldoende bewijs dat verdachte tegendruk voelde en desondanks doorging, noch dat hij de nek van het slachtoffer vastgreep of haar duwde of trok.

Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs werd verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging. Tevens wees het hof de vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf af, aangezien de vrijspraak de grondslag voor die tenuitvoerlegging wegneemt.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 14 december 2016.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet bewezen is dat hij opzettelijk pijn of letsel heeft toegebracht.

Uitspraak

parketnummer: 23-000890-16
datum uitspraak: 14 december 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 februari 2016 in de strafzaak onder de parketnummers 13/684389-15 en 13/065416-13 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Marokko) op [geboortedag] 1986,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 november 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 29 juli 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk [slachtoffer] heeft mishandeld door met kracht
- de nek van voornoemde [slachtoffer] vast te pakken en/of vast te houden en/of in de nek van voornoemde [slachtoffer] te knijpen en/of,
- tegen een deur te duwen waar voornoemde [slachtoffer] achter stond waardoor zij de deur tegen haar lichaam aan kreeg en/of waardoor de voet van voornoemde [slachtoffer] dubbel klapte en/of,
- aan/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] te duwen en/of te trekken waardoor zij op de grond viel.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken en dat de vordering tot tenuitvoerlegging wordt afgewezen.

Vrijspraak

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting volgt naar het oordeel van het hof dat de verdachte, in een geagiteerde stemming, met kracht de deur van de slaapkamer van de aangeefster, zijn zus [slachtoffer], heeft opengeduwd, als gevolg waarvan deze deur op dusdanige wijze tegen de voet van de aangeefster aan is gekomen dat zij hiervan pijn en letsel heeft ondervonden. Het hof acht echter, met de advocaat-generaal en de raadsvrouw, niet bewezen dat de verdachte bij het openen van de deur opzet (al dan niet in voorwaardelijke zin) heeft gehad de aangeefster pijn en/of letsel toe te brengen. In het bijzonder is niet met voldoende zekerheid komen vast te staan dat de verdachte bij het openen van de deur tegendruk heeft gevoeld en, zich daarvan bewust zijnde, de deur niettemin verder heeft opengeduwd.
Evenmin kan worden bewezen, zo is het hof met de rechtbank van oordeel, dat de verdachte de nek van de aangeefster heeft vastgepakt of daarin heeft geknepen of dat de verdachte tegen het lichaam van de aangeefster heeft geduwd of getrokken.
Bij deze stand van zaken is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 11 december 2013 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 weken. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot afwijzing van deze vordering.
Nu de verdachte zal worden vrijgesproken van het tenlastegelegde, zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Wijst afde vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Amsterdam van 5 augustus 2015, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 11 december 2013, parketnummer 13-065416-13, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 weken.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. R.A.F. Gerding en mr. M.L.M. van der Voet, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 december 2016.
=========================================================================
[.]