Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klagers hebben een beroepschrift ingediend tegen een beslissing van de kamer voor het notariaat waarin hun klacht tegen een notaris ongegrond werd verklaard. De klacht betrof een foutieve facturering van €75,63 voor verplichte inzages bij de overdracht van een nieuwbouwwoning, terwijl deze kosten volgens de koopovereenkomst voor rekening van de verkoper kwamen.
De notaris had het bedrag aanvankelijk bij klagers in rekening gebracht, maar na klachtcontact via een directielid en klachtfunctionaris werd het bedrag terugbetaald. Het hof overwoog dat klagers ontvankelijk waren omdat zij niet over de hoogte van de factuur klaagden, maar over een fout in de factuur die in een tuchtprocedure kan worden beoordeeld.
Het hof oordeelde dat de fout geen klacht rechtvaardigde vanwege het relatief lage bedrag, de aannemelijkheid van een kennelijke fout door de notaris en de tijdige herstelbetaling. Klagers hadden onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij eerst minnelijke pogingen hadden ondernomen om het geschil op te lossen. Er was geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Het hof bevestigde daarom de bestreden beslissing van de kamer.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de klacht tegen de notaris wegens foutieve facturering ongegrond is.